Motten bestrijden met sluipwespen

13,00 Incl. BTW

Met behulp van de Trichogramma sluipwespen kan je diverse motten bestrijden. De sluipwespen parasiteren op de eieren van de motten en voorkomen zo dus dat een mottenei zich kan ontwikkelen tot een rups.

De sluipwespen zijn nagenoeg niet met het blote oog zichtbaar en zullen na het parasiteren sterven.

Verpakking van 2.000 stuks

 

Motten bestrijden met sluipwespen

13,00 Incl. BTW

Sluipwespen

Sluipwespen zijn minuscule geelzwarte bestrijders met een griezelig lange legboor. Het klinkt alsof de beesten steken, maar dat doen sluipwespen gelukkig niet. Sluipwespen kapen eigenlijk andermans eitje voor eigen gebruik. Dit betekent dat in plaats van een nieuwe mot een nuttige sluipwesp in het eitje opgroeit. Na zo’n tien dagen knaagt de bestrijder een weg naar buiten en kan de nieuwe sluipwesp op zijn beurt een ander ei te grazen nemen. Een enkele sluipwesp neemt in zijn leven wel 300 motten voor zijn rekening. De bestrijders zijn alleen maar 0,5mm lang en nog een heel stuk slanker. Met het blote oog valt niet veel te zien.

Sluipwespen

Bestrijden van motten met sluipwespen

Sluipwespen zijn snuggere beesten. De bestrijders zijn hartstikke klein en met het blote oog amper te zien. Grof geweld gaat het dus niet worden. Anders dan een heleboel andere bestrijders is de sluipwesp niet uit op de plaag zelf, maar pakken de bestrijders de motten-eitjes aan. Motten-eitjes zitten namelijk bomvol voedsel en een jonge sluipwesp eet maar al te graag een hapje mee. Na verloop van tijd merk je dat het motten-ei zwart kleur en na 10 dagen knaagt een nieuwe sluipwesp een weg naar buiten. De nieuwe bestrijder gaat op zijn beurt een eigen eitje te lijf, maar sluipwespen kunnen in tijden van nood ook overleven op een plantvriendelijk honingdauw-dieet. De sluipwesp steekt gelukkig niet en gaat alleen achter de natuurlijke vijand aan. Sluipwespen vormen geen enkel gevaar voor mens, dier of plant en kan je binnenshuis prima inzetten.

Sluipwespen inzetten tegen motten

De sluipwespen worden geleverd op een hangkaartje met 2.000 sluipwesp-eieren. Dit is genoeg voor 15m2. Wij raden altijd aan om na 2 weken nog een lading in te zetten. Dan worden ook de laatste motten goed aangepakt en komt de plaag minder snel terug.

Onze trichogramma sluipwespen zitten in een mix met de volgende soorten: T. brassicae, T. evanescens, T. cacoeciae, T. dendrolimi. Dan heb je meteen een arsenaal aan sluipwespen en weet je zeker dat verschillende soorten motten worden aangepakt. De sluipwespen-mix is goed inzetbaar tegen de volgende motten:

  • Opogona sacchari
  • Duponchelia fovealis
  • Ostrinia nubialis
  • Cacoecimorpha pronubana (anjerbladroller)
  • Autographa gamma (gamma uil)
  • Lacanobia oleracea (groente uil)
  • Mamestra brassicae (kool uil)
  • Pieris brassicae
  • Pieris rapae
  • Cydia pomonella (fruitmot)
  • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
  • Tineola bisselliella (kledingmot). Meer achtergrondinformatie over kledingmotten en hoe u een infectie kunt voorkomen? Lees dan verder op deze pagina.
  • Plodia interpunctella (voedingmot/ voorraadmot). Meer achtergrondinformatie over voedselmotten en hoe u een infectie kunt voorkomen? Lees dan verder op deze pagina.
  • Uit onderzoek is gebleken dat de T. evanescens sluipwesp ook werkzaam is als bestrijder van de grote wasmot (Galleria Mellonella) en de kleine wasmot (Achroia grisella) in bijenkasten

Parasiteren van motten eieren

Bij het lokaliseren van een motten-ei komt heel wat kijken. Om de nog niet bezette motten-eitjes goed in kaart te brengen, gebruiken volwassen vrouwtjes chemische en visuele markers. Met zogenaamde oviposituur en trommelvoortplanting kijkt de sluipwesp of het eitje al niet eerder is geparasiteerd. Door op het oppervlak te tikken weet de sluipwesp of het eitje al aan de beurt is geweest en met trommelveters checkt de sluipwesp grootte en kwaliteit. Zo kan een vrouwtjessluipwesp elke dag wel 10 motteneieren parasiteren.

Hoeveel heb ik nodig?

Hoeveel bestrijders heb je nodig? Dat ligt aan de oppervlakte die je wilt behandelen. Een standaardhoeveelheid van 2.000 stuks is goed voor 15m2, een kleine kamer dus. Het is dus van belang dat je de plaag goed weet te vinden. Let daarbij op de larven en waar je de meeste schade ziet, want dat is waar de mot haar eitjes legt.

Wij raden altijd aan na 2 weken opnieuw sluipwespen in te zetten. Dit heeft te maken met levenscycli van plaagbeest en bestrijder. Waar de sluipwesp bevolking na 2 weken wat begint in te kakken, komt dan juist een nieuwe horde motten om de hoek kijken. Zet je een herhalingsbehandeling in, dan zorg je dat de mottenbevolking zich niet zomaar herstelt. Dan ben je terug bij af en dat wil je natuurlijk niet.

Gebruik van feromoonvallen?

Met een feromoonval leidt je de motten eigenlijk om de tuin. De val bevat een geurstofje, een feromoon, waarmee de mannetjesmot denkt dat er een vrouwtje in de buurt is. In werkelijkheid komen de mannetjes vast te zitten op een plakkerige plaklaag. Voor het waarnemen, tellen en identificeren van kledingmotten (Tineola bisselliella) en voedselmotten (voedselmot Plodia interpincetella, mediterrane bloemmot (Ephestia kuehniella), amandelmot (Ephestia cautella) en de tabaksmot (Ephestia elutella) hebben wij feromoonvallen leverbaar. Klik hier voor de val voor kledingmotten en de val voor voedselmotten.

Stap-voor-stap uitzetinstructie

Het uitzetten van sluipwespen is helemaal niet zo ingewikkeld. De bestrijders worden geleverd op een kaartje met 2.000 sluipwesp-eitjes. Het is belangrijk de sluipwespen zo snel mogelijk na ontvangst in te zetten. Onlangs andere (chemische) bestrijdingsmiddelen gebruikt? Wacht dan een paar dagen met de inzet. De sluipwespen hebben er net zo veel last van als de plaag zelf.

Hieronder stap-voor-stap-instructies:

  1. Hang of leg het kaartje met daarop de sluipwespen vlak bij de eitjes. Let hier op waar je de larven-webjes en de grootste schade aantreft. Wees voorzichtig bij het ophangen, anders loop je gevaar de eitjes kapot te drukken.
  2. Zorg ervoor dat de sluipwespen genoeg ruimte krijgen om goed uit te vliegen. Zet de zijkanten van het kaartje dus goed open. Een aantal sluipwespen vliegt meteen uit, dus open het kaartje ter plekke.
  3. Verdeel de kaarten op schaduwrijke plekken en zorg dat er nooit water in de verpakking kan lopen. Dit is funest voor de werking.

Temperatuur en omgeving (Temperatuur, luchtvochtigheid, licht etc.)

Trichogramma sluipwespen hebben binnenshuis het liefst een lekker warm weertje en een hoge luchtvochtigheid. Sluipwespen gaan aan de slag boven de 15 graden, maar het best is een temperatuur tussen de 23-28 graden. Boven de 32 graden wordt het de bestrijders te heet. Sluipwespen houden van een luchtvochtigheid tussen de 65-85 %. Zorg verder dat je de kaartjes op een rustige plek hangt met weinig wind. Sluipwespen zijn minuscule beestjes en worden makkelijk met de wind meegenomen. Trichogramma sluipwespen blijven voor 2 tot 3 weken actief, maar de bestrijders kunnen ook overgaan op een plantvriendelijk dieet met nectar en honingdauw. Belangrijk! Zet de kaartjes niet in de volle zon. Sluipwespen hebben een hekel aan Uv-straling dus het best zet je de bestrijders in de schaduw.

Houdbaarheid

Zet sluipwespen altijd zo snel mogelijk na ontvangst in. Biologische bestrijders zijn levende dieren met een korte levensduur. Kan het niet anders, bewaar de bestrijders dan hooguit 7 dagen bij 8-10°C in de koelkast. Vries sluipwespen nooit in.

Gewicht 0,2 kg

Product toegevoegd aan winkelwagen

Continue shopping View Cart