Bestrijding van Varroamijt

SKU: TR.01-VR.
Categorieën: , .

Bestrijding van Varroamijt

9,0029,95 Incl. BTW

Het bestrijden van Varroa mijten gebeurt veelal met chemische bestrijdingsmiddelen. Deze middelen hebben effect maar hebben ook een negatieve invloed op de bijen. Biologische bestrijding is een betere weg en hiervoor kunt u roofmijten gebruiken. De Stratiolaelaps scimitus is een natuurlijk vijand van de Varroa mijten en richt zich alleen op de bestrijding van de mijten en niet op de bijen.

Wissen
Varroamijt bestrijden met roofmijten

Het bestrijden van Varroa mijten gebeurt veelal met chemische bestrijdingsmiddelen. Deze middelen hebben effect maar hebben ook een negatieve invloed op de bijen. Biologische bestrijding is een betere weg en hiervoor kunt u roofmijten gebruiken. De Stratiolaelaps scimitus is een natuurlijk vijand van de Varroa mijten en richt zich alleen op de bestrijding van de mijten en niet op de bijen.

De Hypoaspis miles roofmijten worden als volgt geleverd:

  • Een verpakking met strooimateriaal met daarin eitjes, jonge en volwassen Hypoaspis miles (Stratiolaelaps scimitus) roofmijten.
  • 1 verpakking met 5000 stuks roofmijten is voldoende voor 1 bijenkast.
Wat is een Hypoaspis miles roofmijt

De Hypoaspis miles is een bodemroofmijt die ook bekend staat onder de naam Stratiolaelaps scimitus. Deze roofmijt richt zich op een breed scala aan insecten en wordt veel toegepast in de tuinbouw maar is bruikbaar als natuurlijk vijand van de Varroa mijt. De Hypoaspis miles is een lichtbruin-beige roofmijt en ca. 0,8 - 1 mm groot, de roofmijt is in alle stadia van zijn leven ongeveer hetzelfde qua uiterlijk. Deze roofmijt komt in grote delen van Europa van nature voor en is een bodemroofmijt. Dit betekend dat hij leeft in de bovenste grondlaag tot 4 cm diep en kan zich snel door en over de bodem bewegen. Deze roofmijt voelt zich thuis in vochtige (pot)grond, de luchtvochtigheid is dan ook van belang voor een goede ontwikkeling en bestrijding. De Hypoaspis gedijt het beste bij een luchtvochtigheid van zo’n 70%.

Levenscyclus 

Een volwassen Hypoaspis roofmijt leeft gemiddeld 6 weken en is actief bij temperaturen van 10 °C tot 30 °C. Een populatie van deze roofmijt bestaat uit zowel mannetjes als vrouwtjes. Als er voldoende te eten is leggen de vrouwtjes veelvuldig eitjes, de eitjes zijn ovaalvormig. De eieren komen binnen 2-3 dagen uit en de jonge Hypoaspis nimfen zijn geboren. De nimfen ontwikkelen zich in ongeveer 5 tot 6 dagen tot een volwassen roofmijt. De jonge nimfen zijn direct na hun geboorte felle roofdieren die eieren en kleine larven van diverse insecten consumeren. Een volwassen Hypoaspis kan tot 5 prooien per dag consumeren.

De Varroa destructor (Varroa mijt)

De Varroa destructor (Varroa mijt) is een parasitaire mijt die de honingbijen Apis cerana en Apis mellifera aanvalt. De ziekte veroorzaakt door de mijten wordt varroosis genoemd. De Varroa mijt kan zich alleen voortplanten in een honingbijenkolonie. Het hecht aan het lichaam van de bij (zowel bij larven, poppen en volwassen) en verzwakt de bij door lichaamssappen op te zuigen. In dit proces verspreiden virussen zich naar de bijen. Een grote mijtbesmetting kan leiden tot de dood van een honingbijenkolonie, meestal in de late herfst tot het vroege voorjaar. De Varroa mijt heeft een grote impact op de bijenteelt en wordt beschouwd als een van de stressfactoren die bijdragen aan de hogere niveaus van bijensterfte overal ter wereld.

De volwassen vrouwelijke Varroa mijt is roodachtig bruin van kleur, terwijl het mannetje wit is. Varroa mijten zijn vlak en hebben een knopvorm. Ze zijn 1-1,8 mm lang, 1,5-2 mm breed en hebben acht poten.

Schade aan de bijen

De infectie en daaropvolgende parasitaire ziekte veroorzaakt door Varroa mijten wordt varroose genoemd. Soms worden de verkeerde namen varroatosis of varroasis gebruikt. Varroa destructor voedt zich met de lichaamssappen van larven, poppen en volwassen bijen wat hen al extra kwetsbaar maakt, maar bovendien draagt de mijt (onder andere via de gemaakte beetwonden) ziekten als DWV en IAPV op de bijen over.

Een infectie van bijenbroed door Varroa mijt resulteert in bijen met een lager gewicht, een lager eiwitgehalte en kortere levensduur. Speciaal voor winterbijen is dit van belang want zij moeten lang overleven om de winter door te komen en hebben daarvoor hun eiwitvoorraad nodig. De meeste bijenhouders passen dan ook een of ander vorm van varroabestrijding toe.

Hoeveelheid benodigd 

Onze ervaring is dat 5000 stuks roofmijten per bijenkast voldoende zijn voor een optimale bestrijding van de Varroa mijt. Houdt goed in de gaten of de roofmijten na een aantal weken nog actief zijn, wekelijkse inspectie van de roofmijten is raadzaam. U kunt de activiteit van de roofmijten als volgt inspecteren: neem wat grond uit de kast en leg dit op een wit blad/ papier. Bekijk het materiaal met een loep om te zien of er nog levende roofmijten zijn. Kunt u nog roofmijten terugvinden dan is het voldoende. Het kan zijn dat de roofmijten uitsterven doordat er niet voldoende eten is of door weersomstandigheden. Indien er geen roofmijten waarneembaar zijn adviseren wij om opnieuw roofmijten uit te strooien mits de temperatuur dit toe laat (het moet bijvoorbeeld niet vriezen!).

Belangrijk voor een goede bestrijding is het creëren van een aangename plaats voor de roofmijten. Als de roofmijten een habitat hebben waar ze kunnen wonen dan volgt de bestrijding vanzelf. De roofmijten zoeken de Varroa mijten actief op. Als de Varroa mijten gestoken zijn en naar beneden vallen kruipen de roofmijten er direct bovenop. Als de bijen de kast binnen komen kruipen de roofmijten ook op de bijen en bestrijden de Varroa mijten daar, zodoende geraken de roofmijten ook in het warme centrum van de kast. In sommige gevallen zoeken de bijen de roofmijten zelfs op. Ze weten dat ze in de buurt van de roofmijten geen last hebben van de Varroa mijten.

De roofmijt gaat als volgt te werk, hij benadert de Varroa mijt en steekt deze met zijn snuit. De roofmijt dient de Varroa mijt gif toe waardoor de Varroa mijt sterft. Zodra de Varroa mijt dood is zal de roofmijt lichaamssappen uit de mijt zuigen als zijnde voedsel, daarna gaat de hongerige roofmijt op zoek naar nieuwe prooien.

Gebruikersinstructie
  • Na ontvangst zo snel mogelijk uitzetten, roofmijten zijn niet houdbaar.
  • Open het zakje met daarin het strooisel en de roofmijten. Verdeel het materiaal gelijkmatig over de bak onderin de kast.
  • Kijk ook eens op de pagina www.delachendebijenkast.be voor meer informatie over de bijenkast en inzet van roofmijten tegen de Varroa mijt.
  • De roofmijten voelen zich thuis in een licht vochtige bodem, advies is om de bodem vochtig te houden door middel van een automatisch druppelsysteem of door de bodem regelmatig te besproeien. Denk erom dat de bodem niet té nat is!
  • De Hypoaspis roofmijten zijn actief vanaf 10 graden maar komen pas in actie bij een bodemtemperatuur vanaf 15 graden. De optimale temperatuur is tussen de 20 tot 30 graden. 26 graden is het meest ideaal voor de ontwikkeling.
Bewaaradvies

Biologische bestrijders zijn levende dieren en hebben een (zeer) korte levensduur en moeten daarom zo snel mogelijk na ontvangst in het gewas worden geïntroduceerd. Opslag kan de kwaliteit nadelig beïnvloeden en kan uitsluitend onder de hieronder aangegeven condities.

  • Houdbaarheid: 1-2 dagen
  • Bewaartemperatuur: 8-10°C
  • In het donker
  • Liggend bewaren
Verpakking

1.000 stuks, 10.000 stuks, 2.500 stuks, 25.000 stuks, 5.000 stuks