Tomatenziektes

tomatenplant ziektes bestrijden

Tomaten, tomaten en nog eens tomaten. De een verbouwt ze in de kas, terwijl de ander een plantje op de vensterbank heeft of het waar in de buitenlucht. Helaas gaat de tomatenteelt veel makkelijker gezegd dan gedaan en kent de tomaat ontelbaar veel ziektes en plagen. In
dit blog lees je hoe je een paar van de meest voorkomende ziektes en plaaginsecten herkent en hoe je ze de kop indrukt.

Tomaten of aardappelziekte

Tomatenplaag (Phytophthora infestans), ook wel aardappelziekte, komt vaak als een verassing en maakt snel korte metten met de tomaten- of aardappelteelt. Voordat de plaaglosbarst verschijnen een aantal bruinzwarte ‘rot-vlekken’ omringd door viezig wit
schimmelpluis. Vooral in regenachtige zomermaand zit de schimmel alles mee. De natgeregende warme bladeren vormen de ideale broedplek voor schimmels, de stam en steel raken besmet en dat alles met een naar geurtje. Binnen een week kan de plant
bezwijken, maar met een beetje aandacht roep je er op tij deen halt voor.

Zodra je de tomatenplaag spot is het nood aan de man. Verwijder aangetaste planten en breng ze naar de GFT-bak of groene container. Zorg in elk geval dat de resten niet op de composthoop belanden. Het dan voor de schimmel geen moeite om de weg terug naar de
tuin te vinden. Voorkomen de plaag door wekelijks goed te dieven en ondertussen de snoeischaar goed schoon te maken met schoonmaakzijn. Je knipt de overbodige takjes weg,zodat de plant mooi rechtop groeit. Dicht de plantenwondjes achteraf met lava- of
basaltmeel. Het steenachtige basalt werkt als een pleister op de wond en voorkomt dat zicheen ingang voor ziektes en schimmels vormt.

Naar > Lavameel

Bladvlekkenziekte

Bladvlekkenziekte (Cladosporium fulvum) begint als een geel of zwartbruin vlekje onderin de plant, maar als snel gaat de schimmel als een lopend vuurtje rond. De vlekken verschillensterk van grootte, maar ongehinderd raakt zo het hele blad bedekt. Een te hoge luchtvochtigheid en slecht doorluchten dragen vaak de schuld. Het beste is daarom om deramen en deuren open te zetten. De frisse lucht doet de plant goed en zorgt ervoor dat er geen condens in de kas of binnenshuis blijft hangen. Aangetaste planten zijn bijna altijd de
pineut en moeten in elk geval de deur uit. Let er opnieuw op dat de besmetteplanten in de GFT-bak belanden en goed geïsoleerd zijn.

Echte en valse meeldauw

Het klinkt misschien wat raar, maar echte en valse meeldauw zijn echt wat anders. Echte meeldauw is een pluizige witte schimmel die bovenop het blad zit. Omdat de schimmel zelf geen bladeren of stengels heeft, neemt de meelbouw bij de plant wat voeding te leen.
Vooral in de gortdroge zomers zie je schimmel verschijnen. Wat anders dan andere plantenziektes slaagt de echte meeldauw erin om niet alleen de tomaat, maar ook de grond bij de plant goed te bedekken. Het is dan ook slim om de plant mét omringende aarde te
verwijderen en op dezelfde plek een aantal jaar geen tomaten in te zaaien (wat dat betreft ook geen aardappel of paprika). Vruchtwisseling voorkomt een hoop plagen, houdt de tuin interessant en zorgt dat ziektes geen voet aan wal krijgen.

Valse meeldauw komt voor als gele vlekjes aan de rand van het blad, vaak met een bruiningekern. Anders dan de echte, zit de valse meeldauw vooral onderop het blad. Ook hier is het handig om aangetaste planten naar de GFT-bak te brengen om zeker te zijn dat de plaag niet
terugkeert.

Neusrot

Neusrot springt er tussenuit. De donkerbruine of -grijze leerachtige plekken zitten namelijk onderop de vrucht diep ingezonden. Eigenlijk komt dit niet door een ziekte of plaag, maar door een gebrek aan kalk (calcium). De celwanden krijgen het te verduren en de tomaat
houdt slecht vocht vast. Bladeren worden donker roodbruin van kleur en volgen de vruchten op de voet. Neusrot kan je oplossen door de plant wat meer kalk te geven, maar de omgeving is ook een factor. Een te hoge luchtvochtigheid zorgt ervoor dat minder water
verdampt en de plant dus minder kalk in ontvangst krijgt. Laat de ruimte daarom goed lucht en zorg dat luchtvochtigheid binnen de perken blijft.

Plaagbeesten

Nu lijkt het misschien alsof er alleen schimmels en ziektes zijn, maar voor hetzelfde geld heeft een of ander plaagdier je tomaat te pakken. Vaak zijn dit maar minuscule monstertjes, die toch behoorlijke schade aanrichten. Hieronder staan een aantal van de beruchtste
plaaginsecten op tomatenplanten.

Spint

Vooral in de warme zomer wil de spintmijt weleens opduiken. De millimeter grote plaagbeesten hangen rond onderaan het blad bij de jonge bladeren. Daar prikt de spint het blad en zuigt hetsappige plantensap op. Hun eitjes leggen zij in het fijne spinsel tussen de topper, waaraan zij ook hun naam hebben verdiend. Onder de 12 graden staat de spint gelukkig stil, maar met name in de kas kan spint een hardnekkig probleem zijn. De piepkleine Amblyseius californicus roofmijt gaat maar al te graag achter de jonge exemplaren van de spint aan. Zo zet de bestrijder een stop op de volgende generatie. De Phytoseiulus persimiliis roofmijt gaat daarentegen achter alle stadia aan.

De rood-oranje roofbeestjes halen met hun lange poten vliegensvlug de plaag in en nemen genoegen met alles wat ze kunnen vinden.

spint bestrijden met roofmijten

Spint bestrijden met roofmijten

Bladluis

Bladluis tref je eigenlijk overal aan. Het is dan ook een verzamelnaam voor meer dan 5000 beestjes in alle soorten,
kleuren en maten. Maar veel hebben een paar dingen gemeen. Bladluizen verschuilen zich onderop het blad bij de stengel, waar
het lekkerste plantenvocht te vinden is. Daar prikken ze een gaatje om het lekkers met hun zuigsnuit op te zuigen. De plant raakt
verzwakt en de bladluizen laten plakkerig honingdauw achter. Binnen de kortste keren heb je te maken met zwart schimmelig
roetdauwschimmel.

Gelukkig is er een krachtig arsenaal aan biologische bestrijders. Adalia larven, lieveheersbeestjeslarven, gaan hartstikke hard achter
de plaag aan. De uitgehongerde larven zijn sterk in de groei en hebben een volle maag. De larven eten hun buikje rond en gaan
achter alle stadia van de bladluis aan. De volwassen Chrysoperla gaasvliegen ruimt daarentegen het lekker zoete honingdauw op,
maar de larven: dat zijn echte bladluis-killers. Elke dag vreten de veelvraten zich door 100-600 bladluizen heen.

Bladluis bestrijden met Gaasvliegen

Witte vlieg

Witte vlieg drink het plantensap op en scheidt het teveel aan suikers als plakkering honingdauw uit. Binnen de kortste keren is hele plant bedekt met de zwarte roetdauwschimmel. Het blad krijgt geen licht meer en de plant kan zelfs afsterven. De witte vliegjes met doorzichtige vleugels zijn familie van de blad- en wolluis en 1-3 mm groot. De driehoekige vliegjes overwinteren bij de plant en de plaag gaat jarenlang door. Onderaan het blad drinken de witte vliegen het plantensap. Daarbij verwelkt het blad, wordt het geel en is de groei gestaakt.
Met name de jonge bladeren zijn de pineut.

De Encarsia formasa sluipwespen leggen hun eitje in de larve van de witte vlieg. De larve ziet snel zwart en wordt niet meer groot. Gelukkig
steken de praktisch onzichtbare sluipwespen niet en doen ze mens, dier en plant geen kwaad. Eén sluipwesp is al goed voor 300 witte vliegen, dus de bestrijding gaat aardig z’n gangetje. De Macrolophus pygmaeus roofwantsen zoeken de prooi op en zuigen alle stadia
hiervan leeg, maar het liefst de jongere exemplaren. Boven de 15 graden is dit ideaal inzetbaar in de kas.

Witte vlieg bestrijden

Trips

Trips zijn niet bepaald de beste vliegers, maar brengen wel snel plantenziektes heen en weer. De volwassen trips prikt een gaatje in het blad om het vocht op te zuigen en daarbij komen ziektes vrij. Allereerst raakt het leeggezogen blad verwelkt en bruingrijzig. Daarbovenop heb je nog bronsvlekken. De bronskleurige kringen en vlekken op de vrucht zien er mooi uit en zorgen dat blad verwelkt en opkrult.

schade van trips aan plant

Gelukkig heeft de trips een lange lijst aan natuurlijke vijanden. Aaltjes (nematoden) zijn van nature in de bodem voorkomende rondwormen. De aaltjes dringen de poppen van de plaag binnen en infecteren deze met een bacterie die de prooi de das om doet. Orius laevigatus
roofwantsen komen van pas als correctieve bestrijden, die vooral de ziekte-verspreidende volwassenen aanpakken. Waar de aaltjes korte metten maken met de jongere stadia van de plaag, gaan de roofwantsen achter de volwassenen aan.

Trips bestrijden met Roofwantsen

We gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren en voor advertentiedoeleinden. Door op deze website te browsen, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.

Product toegevoegd aan winkelwagen

Continue shopping View Cart