Bestrijding van Bloedluis

SKU: TR.01.B.
Categorieën: , .

Bestrijding van Bloedluis

9,0029,95 Incl. BTW

Heeft u last van bloedluis of wilt u dit preventief voorkomen? Dan is het gebruik van roofmijten de ideale oplossing. Onze roofmijt de Hypoaspis miles (ook bekend onder andere namen zoals Stratiolaelaps scimitus) is geschikt voor de natuurlijke biologische bestrijding van bloedluis bij uw gevogelte. Per dier adviseren wij tussen de 150 – 250 roofmijten te bestellen.

Selecteer de gewenste verpakking hieronder

Wissen
Bloedluis bestrijden met roofmijten

In de pluimveehouderij kunnen bloedluizen (bloedmijten) een enorme plaag veroorzaken. Kippen, duiven, kanaries, parkieten en andere sier- en zangvogels kunnen vreselijk last krijgen van bloedluizen. Heeft u last van bloedluis bij uw dieren of wilt u dit preventief voorkomen? Dan is het gebruik van roofmijten de ideale oplossing. Onze roofmijt de Hypoaspis miles (ook bekend onder andere namen zoals Stratiolaelaps scimitus) is een 100% biologische bestrijding van bloedluis. De roofmijt zoekt de bloedluis op in de kleinste hoeken en gaten en is een felle bestrijder van bloedluizen en komt bijna altijd als winnaar uit de strijd.

Wat is een Hypoaspis miles roofmijt

De Hypoaspis miles is een bodemroofmijt die ook bekend staat onder de naam Stratiolaelaps scimitus. Deze roofmijt richt zich op een breed scala aan insecten en wordt veel toegepast in de tuinbouw maar is ook bruikbaar als natuurlijk vijand van de bloedmijt (bloedluis). De Hypoaspis miles is een lichtbruin-beige roofmijt en ca. 0,8 - 1 mm groot, de roofmijt is in alle stadia van zijn leven ongeveer hetzelfde qua uiterlijk. Deze roofmijt komt in grote delen van Europa van nature voor en is een bodemroofmijt. Dit betekend dat hij leeft in de bovenste grondlaag tot 4 cm diep en kan zich snel door en over de bodem bewegen. Deze roofmijt voelt zich thuis in vochtige (pot)grond, de luchtvochtigheid is dan ook van belang voor een goede ontwikkeling en bestrijding. De Hypoaspis gedijt het beste bij een luchtvochtigheid van zo’n 70% en heeft het liefst hoge temperaturen van 20 tot 30 graden. Bij deze omstandigheden zal de roofmijt zich veelvuldig vermenigvuldigen en de bloedluis het beste bestrijden.

Een volwassen Hypoaspis roofmijt leeft gemiddeld 6 weken en is actief bij temperaturen van 10 tot 30 graden. Bij hogere of lagere temperaturen zal deze roofmijt minder actief zijn of in ruststand gaan. Een populatie van deze roofmijt bestaat uit zowel mannetjes als vrouwtjes. Als er voldoende te eten is leggen de vrouwtjes veelvuldig eitjes, de eitjes zijn ovaalvormig. De eieren komen binnen 2-3 dagen uit en de jonge Hypoaspis nimfen zijn geboren. De nimfen ontwikkelen zich in ongeveer 5 tot 6 dagen tot een volwassen roofmijt. De jonge nimfen zijn direct na hun geboorte felle roofdieren die eieren en kleine larven van de bloedluis consumeren. Een volwassen Hypoaspis kan tot 5 prooien per dag consumeren.

Hoeveelheid roofmijt benodigd

De benodigde hoeveelheid is afhankelijk van de grootte van het hok en de hoeveelheid dieren, over het algemeen adviseren wij 150 roofmijten per dier. De roofmijten worden geleverd in zakken met daarin strooisel (een soort van potgrond) met daarin de eitjes, jonge en volwassen exemplaren van de roofmijt.

De bloedluis plant zich buitengewoon snel voort in de zomer. Bij warm weer kunnen aanwezige bloedluizen zich in 1-2 weken 10 tot 100 keer vermeerderen. Na de hittegolf kan men de plaag bestrijden, maar de schade van de plaag kan achteraf niet ongedaan worden gemaakt. Het voorkomen van zo’n plaag is beter. Preventieve inzet van roofmijten kan een bloedluizenplaag voorkomen. Daarbij is het belangrijk om roofmijten vroegtijdig in het voorjaar uit te zetten. De infectiedruk blijft dan zo laag mogelijk. Stratiolaelaps scimitus eet bij voorkeur de larven en nimfen van de bloedluizen op en voorkomt vooral de voorplanting van de nog aanwezige bloedluizen.

Houdt goed in de gaten of de roofmijten na een aantal weken nog actief zijn, wekelijkse inspectie van de roofmijten is raadzaam. U kunt de activiteit van de roofmijten als volgt inspecteren: neem wat grond uit de kast en leg dit op een wit blad/ papier. Bekijk het materiaal met een loep om te zien of er nog levende roofmijten zijn. Kunt u nog roofmijten terugvinden dan is het voldoende. Het kan zijn dat de roofmijten uitsterven doordat er niet voldoende eten is of door ongunstige weersomstandigheden. Indien er geen roofmijten waarneembaar zijn adviseren wij om opnieuw roofmijten uit te strooien mits de temperatuur dit toe laat.

Het eerst resultaat zult u merken na ca. 2 weken maar volledige uitroeiing van de bloedmijt is erg lastig. U kunt na ca. 2 weken merken dat de bloedmijten onrustig worden en het lijkt erop dat er zelfs een toename is van bloedmijten, dit is echter een teken dat de roofmijten de bloedmijten uit hun schuilplekken hebben gejaagd en dat de roofmijten hun werk dus goed uitvoeren.

Uitzetten van roofmijten in het hok

Belangrijk voor een goede bestrijding is het creëren van een aangename plaats voor de roofmijten. Als de roofmijten een habitat hebben waar ze kunnen wonen dan volgt de bestrijding vanzelf. Het uitzetten van de roofmijten is simpel. Het substraat moet gelijkmatig in het hok of de stal worden verdeeld op de plaatsen waar de bloedluis zich overdag ophoudt, zoals bijvoorbeeld: de zitplaatsen van de vogels, in nestplaatsen, op plaatsen waar de mest valt, op de bodem van voertroggen of -goten, maar ook dichtbij spleten en barsten in de muren.

De roofmijten zoeken de bloedluizen actief op. De roofmijt gaat als volgt te werk, hij benadert de bloedluis en steekt deze met zijn snuit. De roofmijt dient de bloedluis gif toe waardoor de bloedluis sterft. Het kan enige tijd duren voordat u het eerste resultaat merkt. Een totale vernietiging van de bloedluis is erg moeilijk te  behalen, vooral als er al sprake is van een flinke hoeveelheid bloedluis is het moeilijk om dit in zijn totaal te bestrijden. Echter het is een milieuvriendelijke behandeling en het heeft zeker weten resultaat. Het effect van de behandeling is gewoonlijk zichtbaar na twee tot drie weken. U kunt na ca. 2 weken merken dat de bloedluizen onrustig worden en het lijkt erop dat er zelfs een toename is, dit is echter een teken dat de roofmijten de luizen uit hun verschuilplekken hebben gejaagd en dat de roofmijten hun werk dus goed uitvoeren. Na een effectieve bestrijding zijn de dieren minder rusteloos, het bloedverlies is verminderd en verzorgers van de dieren zullen niet meer door de bloedluizen geïrriteerd worden.

Begin vroegtijdig met het uitzetten

Ideaal is om het hok in het voorjaar bloedluisvrij te krijgen zodat je in de lente kan beginnen met een schone lei. Het is daarbij belangrijk om vroegtijdig, preventief roofmijten in te zetten die de aanwezige eitjes en larven aanpakt. Roofmijten werken heel goed tegen bloedluizen zolang de populatie bloedluizen niet dermate groot. Als er sprake is van een enorme plaag bloedluizen dan zal het voor de roofmijten een erg moeilijke klus worden om dit tegen te gaan. De bloedluizen planten zich dermate snel voort dat de roofmijten eigenlijk altijd achter de feiten aan lopen. Het aantal roofmijten moet dus voldoende zijn (in verhouding) en ze moeten vroegtijdig ingezet worden. Nadeel van de roofmijten is dat zij, net zoals de bloedluis, niet van koude temperaturen houden. Ook de roofmijt is pas actief van ca. 12 graden. Ons advies is dan ook om de roofmijten in het voorjaar in grote getalen uit te zetten zodra de temperatuur rond de 12-15 graden is. Dan ben je er vroegtijdig bij en kan je een rem op de groei van de bloedluizen zetten. Is er reeds een infectie van bloedluizen dan moet u zo snel mogelijk de roofmijten uitzetten om verdere groei van de infectie te beperken. Een volledige uitroeiing van een bloedluizen plaag is erg moeilijk maar de roofmijt is als natuurlijke vijand een erg goed middel om de schade te beperken.

Het (kippen)hok ontsmetten voor een effectieve bestrijding
  • Maak het gehele hok leeg, verwijder al het strooi en hooi
  • Ontsmet het hok met een ontsmettingsmiddel, behandel het hok met stoom of water van minimaal 70 graden of gebruik een verfstrip föhn om de naden en kieren uit te branden (denk om brandgevaar!).
  • De bloedluizen en eieren bevinden zich overdag vooral in de naden, kieren en spleten van het hok. Geef deze plekken extra aandacht bij het ontsmetten. Ons advies is om deze naden, na het ontsmetten, zoveel mogelijk dicht te kitten met een siliconenkit. Hoe minder spleten en kieren er zijn des te beter.
  • Denk ook om de stokken waarop de kippen zitten en reinig deze met bijvoorbeeld dunne chloor. Een tip is om de zitstokken zwevend te maken (bv. met draden aan het plafond) zodat de bloedluis niet in de zitstok kan kruipen.
  • Vul het hok met nieuwe stro, zaagsel of hooi.
  • Herhaal deze procedure indien nodig, vooral bij warm weer het hok vaker schoonmaken. Een goede hygiëne werkt preventief tegen bloedluis.
  • Zet de roofmijten niet direct uit na het schoonmaken, ook de roofmijten houden niet van chloor of andere schoonmaakmiddelen.
Gebruikersinstructie
  • Na ontvangst van uw bestelling moeten de roofmijten zo snel mogelijk uitgezet worden.
  • De zak licht draaien/schudden voor gebruik.
  • Open de zak met roofmijten door een hoekje van de zak af te knippen.
  • Het substraat moet gelijkmatig in het hok of de stal worden verdeeld op de plaatsen waar de bloedluis zich overdag ophoudt, zoals bijvoorbeeld: de zitplaatsen van de dieren, in nestplaatsen, op plaatsen waar de mest valt, op de bodem van voertroggen of -goten, maar ook dichtbij spleten en barsten in muren.
  • Tijdens het uitstrooien kunt u door het doorzichtige gedeelte zien hoeveel roofmijten er nog in de zak zitten. Zo kunt u zorgvuldig en gedoseerd de roofmijten uitzetten.
  • Het substraat mag niet in de mest worden verspreid, omdat de roofmijten niet overleven als zij met teveel mest bedekt worden. Zij overleven alleen in de bovenste 2 cm van de mest.
  • Het verwijderen van de mest tijdens de eerste 2-3 dagen na het uitzetten van de roofmijten moet worden vermeden omdat de roofmijten verscheidene weken nodig hebben om zich aan het stalmilieu aan te passen.
  • Hoe vaak u de roofmijten moet uitzetten hangt af van verschillende factoren, waaronder de duur en de heftigheid van de infectiedruk. De roofmijten voelen zich thuis in een licht vochtige bodem, advies is om de bodem vochtig te houden door de bodem regelmatig te besproeien. Denk erom dat de bodem niet té nat is!
  • De Hypoaspis roofmijten zijn actief vanaf 10 graden maar komen pas in actie bij een bodemtemperatuur vanaf 15 graden. De optimale temperatuur is tussen de 20 tot 30 graden. 26 graden is het meest ideaal voor de ontwikkeling.
Bewaaradvies

Biologische bestrijders zijn levende dieren en hebben een (zeer) korte levensduur en moeten daarom zo snel mogelijk na ontvangst in het gewas worden geïntroduceerd. Opslag kan de kwaliteit nadelig beïnvloeden en kan uitsluitend onder de hieronder aangegeven condities.

  • Houdbaarheid: 1-2 dagen
  • Bewaartemperatuur: 8-10°C
  • In het donker
  • Liggend bewaren
Verpakking

1.000 stuks, 10.000 stuks, 2.500 stuks, 25.000 stuks, 5.000 stuks