9726 GN, Groningen
050 2053391

Praktijkdag bijen in Gent

 Praktijkdag bijen in Gent
Geert Steelant tijdens zijn presentatie

Afgelopen zaterdag vond de bijen praktijkdag in Gent plaats. Een initiatief vanuit het Departement landbouw en visserij in Vlaanderen en de verschillende leden van het praktijkcentrum bijen. Begin 2007 ondertekenden verschillende instituten de intentieverklaring voor de opstart van het Praktijkcentrum Bijen, een aanspreekpunt voor praktijkkennis en het uitvoeren voor praktijkonderzoek in de dierlijke sector. De praktijkdag van afgelopen zaterdag was ook een voorbeeld hiervan waarbij diverse sprekers aan het woord kwamen. De agenda zag er als volgt uit:

  • Welkom en inleiding – Jean-Luc Lamont
  • Het Vlaams Bijenteeltprogramma, evaluatie en vooruitzichten – Dirk de Graaf
  • Advies bijengezondheid, bijenwas – Wim Reybroeck
  • Apimondia 2019 – Ellen Danneels
  • Pauze met demonstraties van o.a. bijenkasten, digitale sensoren…
  • Strijd tegen de varroa vanuit de genetica: varroa-resistente bijen – Sofie De Groef
  • Natuurlijke beheersing van varroa met de roofmijt – Geert Steelant
  • Natuurlijke beheersing van varroa met de boekenschorpioen – Piet van Dugteren
Natuurlijke beheersing Varroamijt
Inzet roofmijten onder bijenkast
Inzet roofmijten onder bijenkast

Op deze dag werd wederom duidelijk dat de inzet van onze Hypoaspis roofmijten (ook bekend als de Stratiolaelaps scimitus) als natuurlijke vijanden van de Varroamijt steeds meer aandacht krijgt. In de toespraak van onder andere Geert Steelant (Lachende Bijenkast) kwam de Hypoaspis roofmijt ter sprake en bevestigd steeds meer dat het toepassen van roofmijten in de bijenkast succesvol is. Het is dan ook niet voor niets dat het Departement landbouw en visserij het toepassen van roofmijten in de bijenkast op hebben genomen als onderdeel van het biologisch imkeren. Zoals ook elders op onze website beschreven bevestigen diverse imkers dat de inzet van roofmijten goed werkt. We kunnen dus spreken van een volledige biologische bestrijding van de Varroamijt wat uiteraard een belangrijke ontwikkeling is voor alle imkers. Recent heeft Geert al zijn kennis en ervaring gebundeld onder de naam de methode van Geert Steelant. In dit handboek staat veel informatie over biologisch imkeren en ook het inzetten van de roofmijt als bestrijder van de Varroamijt, de brochure is via deze link te downloaden.

Bestrijding wasmotten

Naast de Varroamijt is er een ander insect die voor problemen kan zorgen bij bijenvolken, de mot. Over het algemeen zijn er twee soorten wasmotten die voor problemen kunnen zorgen, de grote wasmot (Galleria Mellonella) en de kleine wasmot (Achroia grisella). De vrouwelijke wasmotten gaan de honingraten binnen en legen daar in holten en spleten hun eitjes zodat de bijen deze niet kunnen opruimen. Het wijfje legt vaak meer dan duizend piepkleine eitjes. De larven die vervolgens worden geboren uit deze eitjes graven door de honingraten heen en veroorzaken ze enorme vernietiging. Je kan diverse maatregelen nemen om plagen te voorkomen en te beheren. Voor een overzicht van deze preventieve en correctieve methodes adviseren wij om eens een kijkje te nemen op imkerpedia.

Naast de bekende methodes is het ook mogelijk om Trichogramma sluipwespen in te zetten ter bestrijding. Deze piepkleine sluipwespen (T. pretiosum, T. evanescens en T. minutum) parasiteren op de eitjes van de wasmotten en zijn effectief gebleken in laboratoria onderzoek. Ze zoeken hun eigen weg in de kast en gaan actief op zoek naar motten eieren en parasiteren deze. Er zijn helaas nog weinig onderzoeken bekend met de Trichogramma sluipwespen in bijenkasten maar dat ze parasiteren op de eitjes van de wasmotten is een feit. De sluipwespjes zijn erg klein en behoren tot de kleinste insecten ter wereld ze zijn dan ook nauwelijks waarneembaar met het oog. Volwassen exemplaren zijn minder dan een halve millimeter lang, denk aan kleine fruitvliegjes. Deze sluipwespen richten zich alleen op de motteneieren, ze laten de bijen met rust. De sluipwespen ontwikkelen zich vanaf 15 graden. Optimaal voor de ontwikkeling is zo’n 23-28 graden, hoe warmer hoe beter maar boven de 32-33 graden is het te warm. De sluipwespen kunnen wij leveren in een Trichogramma mix met daarin ook de T. evanescens sluipwesp.

Benodigde temperatuur inzet natuurlijke vijanden

Voor de inzet van roofmijten en sluipwespen is een minimum temperatuur benodigd. Voor zowel de Hypoaspis roofmijt als de Trichogramma sluipwesp een temperatuur van 15 graden vereist voor een effectieve werking. Als de temperatuur in de kast lager is dan dat zullen de roofmijten en sluipwespen zich niet kunnen ontwikkelen en in ruststand overgaan. Aangezien bijen ervoor zorgen dat hun broednest een bepaalde temperatuur behoud zal de omgeving ook geschikt blijven voor roofmijten en sluipwespen.

Hieronder is een interview te zien met Geert Steelant met uitleg over de bestrijding van de varroamijt:

Wij maken gebruik van cookies op deze website

U kunt de cookies accepteren of afwijzen door op accepteren of afwijzen te klikken.