Ooit last gehad van trips in je planten? Dan weet je hoe ontzettend moeilijk het is om er weer van af te komen. De kleine plaaginsecten zijn moeilijk te zien, planten zich snel voort en kunnen funest zijn voor je planten. Juist omdat ze zo klein zijn, wordt een besmetting ook pas laat ontdekt. In dit artikel vind je handige tips om trips snel te herkennen, zodat je een plaag tegen kan gaan voor het te laat is!
Trips herkennen aan hun schadebeeld
Hoewel ze klein van stuk zijn, zorgen trips voor grote schade aan je plant. Vaak zie je de schade eerder dan de trips zelf, dus het handig om het schadebeeld van trips te leren herkennen. Trips prikken plantencellen open en zuigen de sappen er vervolgens uit. Dit zorgt voor specifieke schade die je als volgt kan herkennen:
- Je ziet zilverkleurige vlekken of strepen op bladeren. Het kan in eerste instantie lijken alsof de bladeren verbleekt zijn door de zon of dat er een dun laagje stof op de bladeren ligt.
- Op het blad ontstaan bruine randen en verkurking of bladeren sterven af. Vooral als de schade al van wat langer geleden is, zie je dat bladeren het zwaar te verduren hebben.
- Misvormde groei bij jonge bladeren: door de schade kan jong blad niet goed groeien. De bladeren gaan kronkelen, blijven klein of vervormen.
- Bij siergewassen zie je mogelijk verkleurde of gevlekte bloemen die minder goed openen.
- Op de plant, met name op het blad, zie je kleine zwarte puntjes. Dit zijn de uitwerpselen van de tripsen. Meestal zie je ze in de buurt van zilverkleurige vlekken.

Trips herkennen aan hun uiterlijk
Er bestaan veel verschillende soorten trips, maar één ding hebben ze gemeen: ze zijn klein. Eigenlijk kan je trips het best bekijken met een vergrootglas. Daarnaast zitten ze vaak verstopt, zeker bij een beginnende plaag. Het is dus goed zoeken naar de kleine beestjes in je plant.
Uiterlijk van trips
- Trips zijn niet groter dan 1-2 mm. Ze hebben een langwerpig lijf.
- Je kan trips in verschillende kleuren tegenkomen. Dit varieert van geel en lichtbruin tot donkerbruin en zwart.
- Met het blote oog niet te zien, maar wel een belangrijk kenmerk: volwassen trips hebben smalle vleugels met kleine haartjes. Deze haartjes zie je als een soort franje aan de achterkant van het lijf.
- Larven zijn kleiner dan volwassen trips en zijn wit, geel of haast transparant. Ze hebben geen vleugels.
- Trips zijn snelle bewegers. Bij verstoring schieten ze snel weg. Vliegen doen ze nauwelijks.

Vindplaats van trips
Heb je last van een flinke plaag, dan kan je de tripsen flink zien krioelen over je planten. Heb je eenmaal dat stadium bereikt, dan is het heel moeilijk om volledig van de plaag af te komen. Daarom heeft het de voorkeur om al eerder de trips te signaleren. Hier moet je op letten:
- Gebruik bij voorkeur een vergrootglas om op zoek te gaan naar de trips. De larven kan je met het blote oog niet zien en ook volwassen trips zijn niet makkelijk te vinden zonder loep.
- Controleer jonge groeipunten, oksels, bloemknoppen en bladnerven.
- Kijk ook goed naar de onderkant van de bladeren. Ook daar bevinden zich vaak trips en tripslarven.
- Twijfel je nog? Je kan ook een wit papier onder je plant leggen en schudden aan de plant. Vaak vallen er dan trips uit de plant. Zo kan je ze makkelijker analyseren.
- Gebruik eventueel blauwe vangplaten om de plaag in de gaten te houden. De trips komen af op de felle kleur en blijven kleven.
De tripsplaag aanpakken
Trips bestrijden werkt het best met natuurlijke vijanden, zoals roofmijten, roofwantsen of aaltjes. Afhankelijk van hoe hevig de plaag is, kies je de meest geschikte bestrijder. Wil je hier meer over lezen? Kijk verder op onze informatiepagina over trips bestrijden.
Het schadebeeld van trips is erg vergelijkbaar met dat van spint. In het artikel Spint of trips, wat zit er in mijn plant? leggen we de verschillen uit.
Herken trips met dit handige schema


